Kaasboerderij de Marlannen

 

Voordracht van  Manfred Klett, als afsluiting van de tagung 2008 

april 9, 2008  

Voor een wederom compleet volle zaal begon Manfred Klett aan zijn voordracht over de betekenis van de bewustzijnsziel als poort tot nieuwe spiritualiteit voorde moderne biolgisch dynamische boer. Hier een samenvatting.

Als landbouwer en tuinder staan we in een spagaat. Enerzijds willen we deaarde biologisch-dynamisch bewerken, de aarde verplegen. Anderzijds blijft hierweinig van over als we alle intensiteit aan technische snufjes, formules,regelingen, werk voor het beeldscherm, nodig hebben. Het Ik wordt afgestompt enafgesloten : hier ben ik en dxc3¡xc3¡r is de wereld. Er heerst een soortspiegelbeeld-ritueel : cliche, deovereenkomst en de routine regeren ons dagelijks leven. Wij merken slechts debuitenkant van de dingen op, de externe vorm van de koe, de boom, de machine.Wevervallen tot een diepe onzekerheid als we op zoek willen naar onze eigenspiritualiteit.

De geschiedenis leert ons dat de spiritualiteit in het boerenbedrijf vanvroeger er 1 was van het ora et labora. Wat inhield dat het werk naar binnen ennaar buiten elkaar aanvulden. De ontwikkeling van de mensen van vandaag leidtechter ver van dit instinktieve bewustzijn af. Bijv. de mening dat plantenslechts een optelsom van nutrixc3xabnten zijn leidt tot het telen op hydrocultuur,wat men rechtvaardigt doordat men deze wijze van telen wetenschappelijkonderbouwd ziet. xe2x80x9cHet functioneertxe2x80x9d Andere voorbeelden hiervan vinden we in hetonstaan van de monocultuur en de massadierhouderijen. Zo vindt men hier ook inde Eko-landbouw voorbeelden. Ook hier geldt:de natuur aanschouwen en afnemen ten eigen voordeel ( het inporteren vansluipwespen, het isoleren van de symbiose van de leguminosen, er is allemaalniks spiritueels aan, een diepere zin bestaat niet, alleen massa en gewichttelt. Klett vindt dat met deze gedachten de mens niet zelf verder kanontwikkelen in een waarachtige wereld, als men zich niet aan hogere voorwaardenoptrekt. Als wij het opwekken van een nieuwe spi ritualiteit willen, moeten wijleren om met de drie zieleorganen bewust om te gaan.

Tussen bewustzijnsziel en begrip enmening is de ziel een hiaat, vanwaaruit de engelen, door hun engelenwerk, deleidraad voor het leven creeren. Onze gedachtebeelden worden door de engelen,in adviezen geconsolideerd. Dat plaatst ons vxc3xb3xc3xb3r uitdagingen, Wij moeten lerende eigen zielgrond te oefenen in toelating van dit anderespiegel-beeld-ritueel. Wij bevorderen zo de activiteit van de engel met goedegedachten en grote ideexc3xabn. Om de moderne mens weer van hettoeschouwersbewustzijn af te halen en naar een bewustzijnde mens om te vormen is het ontwikkelen van debewustzijnsziel nodig

Overwin je het toeschouwerbewustzijn, dan betreedt je een nieuwe wereld: dewereld van jezelf.

Klett gaf voorbeelden om de wereld om ons heen anders te schouwen.

Kijkje naar een gehoornde koe of stier dan komt dat majestueuzer voor dan kijkennaar ongehoornd vee. Kijken en begrijpen we de volheid daarachter, dat de hoornen zijn omgeving bijv. een xe2x80″ opelementniveau xe2x80″ kompleet onderdeel van het geheel is, nl in het bereik vanzowel aarde (de in donker gehulde hoornpit), lucht (de holle ruimte tussen piten hoorn) water (het doorbloedde hoornvlies tussen holte en pit) en vuur (dearmte vande levende hoorn). Op de manier kun je ook oog en oor beschouwen.

Bezie de plant als een product van het volmaakte samengaan van de 4 elementen:het in de donkere aarde liggend  zaad,dat d.m.v .het vochtelement tot ontkieming komt en wortels vormt xe2x80″ verder in de aardexe2x80″.Tegelijkertijd door de aarde naar boven breekt in het luchtelement en de doorzonnewarmte groen kleurende stengel naar boven groeit. Waarna de eersteblaadjes zich horizontaal lontwikkelen en de stengel groeit tot in de bloei.Waarna alles zich herhaalt.

  Doorzo te schouwen ben je geen toeschouwermeer, maar ben je ingetreden in de zaak zelf. En beleef je alles met eeninnerlijke beweeglijkheid, train je je aanschouwende oordeelskracht en begint jebewustzijnsziel de andere zielorganen te voeden. Er kan een waarheidsgevoel en xe2x80″zinonstaan. De zinneorganen zijn al geschapen bij de geboorte en kunnen ontwikkeldworden tot geestschouwen.

Een verdere oefening in het uitdieping van de ziel, is de meditatie. Alsbrug tussen het rijk van bewustszijnsziel en verstand. Door je zxc3xb3 aan eengedachte te concentreren wordt het werk der engelen in de hand gespeeld. Doormeditatie kan het vrijheidselement op gerechtvaardigde wijze in het verborgengebleven zielenorgaan binnendringen . Het ligt in het wezen der antroposofischegeesteswetenschap dat het na meditatie  komt van ideevorming tot waarheidsbeeld, danwel morale impuls. De echte vrijheidsimpuls komt als de bewustzijnsziel zichvan zinneopenbaring tot geestopenbaring omvormt. Het actieve denken kan tot waarheidsbeeldontkiemen en zich met de denkkracht ontdoen van botte meningen en plattefrasen. Om de zo tot bewust waarbeidsbeeld komende geesteswetenschapelijkideevorming  op een hoger niveau tebrengen kan een eerste stap zijn: het opmerkzaam worden van de juiste gedachten, die om te vormen tot een meningsbeeld en van daaruit rechthandelen.

 

Elke gedachte, die ik uitbreng, heefteen betekenis en geestinhoud . Vanuit het denkend bewustzijn naargeestopenbarende ideevorming  vormt zicheen volkomen nieuwe weg naar spiritualiteit in de landbouw. Die zich vanuit hetisolement nu echter door bewustzijn omvormt tot een door liefde gedragenbezieling met de medemens en de dagelijkse beslommeringen op het boerenbedrijf,de omgeving, aarde en kosmos.

Door het ontwikkelen van je zelf-bewust-zijn kan de biologisch-dynamischboer tot invulling komen van de begrippen bedrijfsorganisme en bedrijfsindividualiteiten zijn eigen Ik vinden in de manier vanbedrijfsvoeren. De drie-eenheid denken-willen-voelen en die andere drie-eenheidhoofd xe2x80″ romp xe2x80″ ledematen zien en ervaren op bedrijfsniveau.

Zo bezien is het eigen lichaam de natuur zelf.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 



 


Intuïtief handelen

 

Intuïtie kan het best worden omschreven als een "ingeving", een vorm van "direct weten", zonder dat je dit beredeneerd hebt, een scherp en snel inzicht . “Een weten “ die niet uit eerdere kennis kan worden afgeleid. Bijv. de telefoon gaat en je weet wie er belt nog vóór dat je de telefoon hebt opgepakt. Lopen in het bos en je weet dat je het verkeerde pad bent opgelopen, nog zonder dit te merken aan de veranderende omgeving.
Intuïtief handelen kan je helpen om in complexe situaties toch een juiste beslissing te nemen.
Intuïtie is er niet vanzelf, maar moet worden gevormd.
Dit komt o.a. omdat er hierbij in mindere mate een beroep wordt gedaan op de beperkte capaciteit van onze hersenen.
 Intuïtieve ingevingen hoeven echter niet altijd tot de juiste beslissingen te leiden.
Complexe vaardigheden zoals schaakspelen en alledaagse activiteiten als fietsen, leren lezen en autorijden vragen in het begin ook veel inspanning en concentratie. Ze 'vragen' veel hersencapaciteit. Ervaren schaakspelers en automobilisten handelen daarentegen snel en intuïtief, dat wil zeggen zonder er bij na te denken.
Intuïtie wordt soms ook omschreven als een andere vorm van denken of handelen, waarbij het gevoel mede bepalend is voor het verloop. Intuïtieve ingevingen leiden echter niet altijd tot juist beslissingen. Dit geldt in het bijzonder voor ingevingen waarbij het gevoel overheerst. Zo kan bijvoorbeeld impulsief gedrag soms leiden tot verkeerde keuzes of beslissingen, omdat je niet alle aspecten van een situatie hebt doorgedacht.
 
Intuïtief  handelen gebruiken we bijna dagelijks. Ook bij ons gebeurt er veel op intuitie. Bij een koe of kalf dat wat ziekelijk oogt bijv. hebben we meestal al snel de goede diagnose gesteld, zoadat aan herstel (liever zonder veeartskosten en/of antibiotica). Wanneer gaan we maaien / hooien / mest uitrijden, hangt niet alleen van het weer af. Nee , het moet ook goed aanvoelen.
 
 


Goed nieuws : Modern onderzoek maakt het mogelijk om steeds dieper in onze hersenen te kijken, voorbij het rationele bewuste deel. Het blijkt dat we in het onderbewuste al razendsnel ons oordeel klaar hebben. Wil ik het hebben, of is het niks, ben ik er bang voor of is het veilig. Beslissingen worden al genomen lang voordat we door ons bewuste deel een verklaring hebben verzonnen die die keuze rechtvaardigen moet.

Maar het is vooral ook een kwestie van het willen. Het begint met willen. Je wilt iets. De vraag is alleen maar: wat voor soort willen is het? Is het een willen wat aan je eigen ego vastzit of is het een breder soort van willen : wil je aan een groter geheel werken, komen er idealen om de hoek. Je ego wil vast wel een miljoen winnen in de lotto. Je ideaalbeeld zou kunnen zijn een bedrijf zonder ziekten en plagen.

Meermalen per dag kom je als mens en ook als boer voor een noodzaak te staan: er wordt iets van je verwacht je moet ingrijpen : pak je bij dat zieke kalf de spuit of niet, ga je vandaag die mest uitrijden of niet, laat je het doen of doe je het zelf. Moet ik de draad bij de koeien nu al verzetten of wacht ik nog een paar uur. Ook als je voor grotere uitdagingen komt te staan : wordt de nieuwe stal een ligbox, of een potstal of pak je het helemaal anders aan en bedenk je iets nieuws ? Ga je met je fokkerij door met 1 ras of blaarkoppen of jerseys of maak je een gesloten bedrijf en ontwikkel je een bedrijfseigen koe uit je eigen fokmateriaal. Noem maar op, noem maar op.
Het gaat in de hedendaagse landbouw steeds meer de kant op dat de boer toeschouwer wordt op zijn eigen bedrijf : de robot melkt en waarschuwt de boer bij celgetalkoeien, of als er bijv. een tochtige koe is. Daar heeft dan het – al of niet biologische – k.i.station voor elk dier wel een bijpassend spermarietje voor.
Gehaltes in het ruwvoer worden aangepast om de koe een optimale productie te geven. Wordt er van een bepaald stofje te weinig gemeten, dan heeft de veevoederleverancier daar wel een bijpassend brokje voor.
Als uit grondanalyse blijkt dat er van een bepaald stofje te weinig in de bodem zit dan wordt de drijfmestgift daar per satelliet op bijgesteld : hier een beetje meer van 't ene en daar een beetje minder, zodat het weer overal op hetzelfde peil wordt gebracht.
Zo kan ik de lijn doortrekken naar de melkfabriek, de bank, het mechanisatiebedrijf, de veearts....
De boer staat er bij en kijkt er naar en het boerenbedrijf wordt steeds meer beinvloedt door spelers van buitenaf.

Je kan het op de automatische piloot doen, rationeel denken.

Maar je kunt ook luisteren naar de omstandigheden, kijken naar de toestand van de dingen, je gevoel laten spreken, of je onderbewustzijn laten werken . Want soms zijn er dingen die je wel weet, maar waar die kennis nou vandaan komt daar heb je geen idee van. Als je zo bewust en onbewust gaat kijken, luisteren dan ga je merken dat kleine dingetjes je gaan toevallen. Het lijken kleine aanwijzingen. Het lijkt allemaal toevallig. Zij vallen je ineens bijna onmerkbaar op. Als je jezelf niet luisterend opstelt dan ga je er gewoon aan voorbij.
Een toevallige ontmoeting met iemand, een stukje in de krant over iets. Die kleine toevalligheden staan direct in verband met het probleem waar je voor staat.
Het lijken wel een soort wegwijzers.
Het herkennen, oppakken van dit soort wegwijzers kun je oefenen en die informatie die je zo binnenkrijgt kun je verwerken tot een handelen en tot daden brengen.
Vanuit de homeopathie leren we dat er geen mens gelijk is. En boeren zijn ook mensen. Er is niet een absolute weg om bij dat intuitieve handelen op je boerenbedrijf te komen. Gelukkig maar..

We hebben ons verdiept in het mediteren, hebben gezien dat je met behulp van de ecotherapie je bedrijf en jezelf en je gezin in balans kunt brengen, we hebben geoefend met de pendel en met de wichelroede hebben we de hinderlijke straling van mobiele telefoons gemeten, hebben de uitstraling van de bodem kunnen voelen. Om ons maar te oefenen in het herkennen van dit soort wegwijzertjes. En een ieder pakt wat hem of haar aanstaat en verdiept zich verder. De een gaat op een cursus communiceren met dieren, de ander wordt ecotherapaut, weer een ander gaat helemaal de weg van de leer van Bruno Groening,
Bij mij werkte het het beste om me te oefenen in de ongedeelde aandacht. Dat je gedachten helemaal leeg zijn. Dat je nergens aan denkt. Als je je dan focust op een probleemgeval dan vallen de oplossingen soms letterlijk naar binnen.
Via die ituitieve oefeningen kwam ik erachter dat mijn veestapel het best gedijt door  in te zetten om het zelfgenezend vermogen van de koeien te stimuleren. Een koppel koeien heeft wel een collectief bewustzijn maar geen collectief genezend vermogen. Dat zie je in de vrije natuur: zieke dieren blijven achter en gaan uit de kudde, terwijl pasgeboren kalveren collectief worden beschermd.
Dus ziek zwak of misselijk, een dier moet in hoge mate zichzelf kunnen genezen.
Daar zijn 3 dingen voor nodig : gezond eten, gezond werk en een emotioneel omgeving die in balans is.
Hoe kun je er dan achterkomen hoe een koppel koeien aan zijn zelfgenezend vermogen werkt ?
Ga maar eens op een hek zitten en ga gewoon aandachtig kijken naar de koeien. Wat zie je dan ? Koeien zijn secure grazers Het zijn geen maaimachines die alles vreten wat ze voor de snuit komt, nee ze plukken hier en daar wat weg, lopen even door en herhalen dat keer op keer. Wat leerde ik daaruit ? Een koe weet zelf wat zij nodig heeft. Ik zag een koe die pas gekalfd had naar een bos brandnetels lopen en die begon die brandnetels op te eten. Want ja, brandnetels bevatten ijzer en dat had die koe na wat bloedverlies wel even nodig. En zo is het met meer kruiden die in je weiland groeien ook. Alles heeft zijn nut en komt een keer van pas. In de herfst als er minder struktuur in het gewas komt, zie ik ze naar de bomen lopen, de wilg bijvoorbeeld : looizuur.
Dat is in de winter niet anders, want dan laat die koe wat ie niet hoeft gewoon liggen.Ze moet het natuurlijk nog wel herkennen als zijnde kamille, weegbree enz. Voor mij dus absoluut geen voermengwagen. Met een voermengwagen wordt alles pulp en weet die koe het ook niet meer te vinden. Lijkt me trouwens wel reden voor een onderzoek : is de kracht van kruiden in kuilgras ( dus geconserveerd ) hetzelfde als vers op t land.
Dieren zijn de spiegel van je eigen gemoedstoestand . Aan de koe herkent men de boer – en andersom. Als een boer veel angsten heeft vind je dat terug in de veestapel. Neem je je sores uit het voorhuis mee naar de stal dan heeft dat invloed op de prestaties van je dieren.
Als je van dieren houdt, dan communiceer je al intuïtief met ze op een bepaald nivo. En dan bedoel ik niet het communiceren in de trant van: “Toe Bertha loop eens door” Het is niet het ‘lezen’ van de lichaamstaal van een dier. Het gaat om informatie die je binnenkrijgt in de vorm van gedachten, beelden, gevoelens of je krijgt ineens pijn in een bepaalde lichaamsstreek of gewoon door ‘weten’. Door studie en oefening kun je veel bewuster met dit onderbewuste omgaan. En niet alleen met dieren maar op meer gebieden.
Concentreer op een positief doel. Want zonder doel kun je niet scoren.: 'Mijn koeien worden gezond’ of ‘Het celgetal van de melk daalt’ of ‘Ik ga relaxed om met mijn kind’.”mijn bedrijf komt deze financiele dip te boven”.
Een koe kalfde zwaar af en kon niet meer overeind. Ik had in de stress kunnen schieten en haar met veel gedoe of bijv. een takel overeind kunnen krijgen. Want ja “de bloedcirculatie moet op gang “ “straks raken er nog zenuwen bekneld” enz. Enz. U kent allemaal die wijsheden wel.
Heeft een week zo gelegen. At gewoon en dronk gewoon dus ik wist dat het goed zou komen. Altijd met de intentie naar die koe toegestapt dat het weer goed zou komen.
Kwam na een week weer overeind en wat gebeurde in de stal ? Alle koeien stopten even met eten of herkauwen, sommigen gingen staan en ze loeiden allemaal 1 x en toen was het weer stil.
Ik zou dit een kwartjesmoment willen noemen. Dat je bij jezelf denkt : Juist zo zit dat !

Nog zoiets : het sturen van positieve aandacht en het negeren van het kwade. Positieve aandacht werkt. En het kwade een plek geven en negeren.
De een gooit alles in gedachten in “de prullenbak” anderen gebruiken in hun meditatieve momenten “een afvoerputje”
Komt er op neer : gooi het weg en besteed er geen aandacht aan.

Parasieten zoals longworm en maagdarmwormen bijvoorbeeld.
Enten is ook een tegennatuurlijke methode : Je spuit een vaccin direct in het weefsel, in het bloed, zoiets gebeurt in de natuur niet : een ziekmaker komt eerst bij het slijmvlies, gaat dan de vertering door voordat het in het bloed komt. Die stations waar die ziekmaker langs moet kan je versterken door het zelfgenezend vermogen van de koe of het kalf te verhogen. Ik behandel nooit, nee ik gooi het in de prullenbak en besteed er geen aandacht meer aan. Niet met ziekte bezighouden in je gedachten.
Koe met een heftige masitits in de 8e maand van de lactatie. Spijkerhard kwartier en allemaal ellende wat je er uit trok. Op een bepaald moment moet je toch beslissen wat doe je. Kwam steeds minder uit, maar ook niets wat ook maar in de verste verte op melk leek. Dan maar 3 speen. Koe heeft nu gekalfd, en ik zit haar vorige week te melken bedenk ik me ineens ; Jij was toch 3speen ? Niets meer aan de hand…..
Ontwikkel je innerlijke overtuiging op een goede afloop want die hebben veel meer invloed op je koeien dan je in eerste instantie denkt. Het kan ook zijn uitwerking hebben op je omgeving. Als je je positieve aandacht richt op de bodem, bodemleven, het gewas wat er groeit. Intuitief boeren is dus ook goed voor de omgeving.

Is het dan allemaal hosanna ? Nee.
Ik heb het idee dat mijn  koeien mij te veel terug willen geven. Ik heb wat te veel koeien die tweelingen geven bijvoorbeeld. En in de afgelopen 6 jaar 4 koeien gehad die na het kalven de baarmoeder eruit persten. Daar heb ik nog geen verklaring voor. Verschillende koeien uit verschillende families, verschillende stieren gebruikt, niet zwaar gekalfd.
Ik vind dat ik het nog niet helemaal onder de knie heb. Er is nog veel te leren en te ontdekken lijkt me. 

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 

Voordracht van Roland van Vliet over de 4 mysteriestromen Tekst : Jackie Nieman

                          Beste Mensen,
            
            Je zou kunnen zeggen dat er vier belangrijke mysteriën stromingen zijn die de hele mensheid ontwikkeling hebben gevormd. Rudolf Steiner sprak daarover rondom de z.g. Weihnachtstabel.
            We spreken dan over de Oosterse mysterie stroom waar de nadruk ligt op het ontwikkelen van
            wijsheid, het vormen van wijsheid of anders gezegd een sterke vorm van innerlijke zelfkennis waar b.v. de Buddha over sprak of Laothé, zó, dat de ziel helemaal getransformeerd kan worden tot levende Sofia. Dat werd altijd genoemd: Manas.
            
            De Zuidelijke Mysterie stroom: daar ligt een heel andere nadruk, die is al heel oud die stroming.
            Toen we de zondeval begonnen, eigenlijk als noodzaak om ons af te scheiden van de Goddelijke
            Wereld om zelfstandige wezens te worden, daar gebeurde het vaak, waar b.v. Paulus over spreekt in de brief aan de Romeinen, dat op het moment van die zondeval ook de sterfelijkheid van het lichaam gegeven is. En op deze Zuidelijke mysteriestroom gaat het om de vraag: “Hoe zou ik de sterfelijkheid van het lichaam kunnen overwinnen.” Dood en opstanding. b.v. in de Egyptische mysteriën waar je drieënhalve dag in een doodslaap werd gebracht en je ziel dan Hogere beelden ontving over Isis, Osiris en Hores; die dan weer terugkwam in het lichaam en in zekere zin weer in het lichaam tot opstanding kwam; of je zou kunnen zeggen, de kroon van deze ontwikkeling, dat Christus Jezus zo diep is geïncarneerd in de lichamelijkheid, wat nog geen ingewijde had gedaan, dat hij zelfs een werking kon hebben dat hij in het geraamte, daar waar de krachten van de dood werken, dat eigenlijk bij die Via dola Rosa het “Christus ik” zo diep in de lichamelijkheid doorwerkt, zelfs tot in de botten van het menselijke lichaam, dat daardoor het opstandings lichaam mogelijk wordt.
            
            Dan heb je de Noordelijke mysterie stroom die is eigenlijk de oudste. Die hangt samen met het z.g. hyper morea waar je al in Griekenland over hoorde en daar was de mogelijkheid, dat je je eigen Ik wezen als macro kosmisch beleefde. Het ik wezen waarmee je denkt, waarmee je zelfreflectie hebt, dat is eigenlijk een kosmisch wezen. En in de Noordelijke mysterie stroom beleefde je dat dat IK macro kosmisch was. B.v. dat er 12 mensen door een ingewijde bij elkaar werden gebracht die allemaal verschillende morele eigenschappen vertegenwoordigden, waardoor in het midden Baldor kon verschijnen: in zekere zin een voorbereiding van de menswording van Christus.
            En Baldor stond voor het macro kosmische Ik die eigenlijk in zichzelf twaalfvoudig is. Later is het volk van de Vikingen er sterk mee verbonden, die met name de kracht van de moed hebben ontwikkeld, want ik-kracht hangt samen met wilskracht of moed en deze noordelijke mysteriestroom heeft eigenlijk voorbereid, dat we direct uit onze wil kunnen handelen vanuit ons ik-besef.
            
            De laatste die dan overblijft na de z.g.Cutta Demeron dat betekent dat we de Goden kunnen schouwen en werkelijk iemand zijn eigen ik wezen bewust worden is Widar en Widar is eigenlijk dezelfde als Michael. En Michael is degene die de ik ontwikkeling behoed van de mens, op een zodanige wijze dat je nu vanuit een vrij wilsinitiatief zelf een weg tot de geest kunt vinden.
            
            En dan heb je de westelijke mysteriestroom. De westelijke mysteriestroom daar wil ik met name vanavond de aandacht op vestigen, omdat op de golf van de westerse mysteriestroom het z.g. Keltisch Christendom tot bloei is gebracht.
            De westelijke mysteriestroom die werkt aan de vergeestelijking van het ether lichaam tot liefdekracht.
            
            Je zou kunnen zeggen: de oostelijke mysteriestroom: de omvorming van het astrale lichaam tot manas de levende wijsheid.
            De zuidelijke mysteriestroom: de omvorming van het fysieke lichaam tot athma zouden ze in India zeggen.
            De westelijke mysteriestroom: de omvorming van het etherlichaam (energielichaam) tot buddhi of tot levende liefdekracht.
            En de Noordelijke mysteriestroom tot het Ik van de mens.
            
            Je zou kunnen zeggen, heel apart, dat de mysteriestromen als het ware een grote mens zijn over de aarde uitgespreid en als je uit zou gaan van de idee van karma en reïncarnatie, dan zou je kunnen zeggen, dat je juist heel veel hebt kunnen verwerven in al die incarnaties in die verschillende mysteriestromen van de mensen.
            De westelijke mysteriestroom is verbonden met Atlantis waar Plato over sprak. En Atlantis moet een sterke scheiding hebben gekend tussen lucht en water. Dat is pas later gekomen, toen brak op een bepaald moment de zon door. En we leefden eigenlijk in een water/lucht element. Je zou kunnen zeggen, dat we toen als mens heel sterk het vermogen hadden, dat ons etherlichaam zich helemaal bewust uitstrekte over de hele omgeving en dat we ook het vermogen hadden om invloed uit te oefenen op de groei van planten. En toen alles nog in Goddelijke harmonie was, waren we in Goddelijke zin, Goddelijke Charaminas, maar daarin heeft op Atlantis ook het kwaad gewerkt. Ahriman heeft gewerkt op het wereldtoneel van Atlantis en heeft de mensen geleerd om misbruik, te maken van die etherische, magische vermogens, waardoor we anderen schade hebben gedaan, de hele natuur schade hebben berokkend, waardoor de natuur zich tegen de mens heeft gekeerd en heel Atlantis ten onder is gegaan.
            
            Hier beschrijft Plato dat de hoofdstad van Atlantis, ten zuiden van Hercules, dat is Gibraltar en als je aankomt op Atlantis dan heb je daar in het midden een hoofdstad en die hoofdstad heeft allemaal concentrische cirkels aan grachten, denk aan Amsterdam. En in het midden van die stad stond een tempel aan Poseidon gewijd. Poseidon is eigenlijk de God van de oceaan, maar het waterelement is altijd in verbinding gebracht met het ether element. Je zou kunnen zeggen, de hele Atlantische mens was heel sterk verbonden met het bewustzijn van de wereldether. Toen is Atlantis ten onder gegaan in het water en daarna zie je een ontwikkeling die je het Oerdruïsme zou kunnen noemen. Het Oerdruïsme is niet het Druïsme toen de Kelten in de vijfde of zesde eeuw Brittanië binnenkwamen het is van een al eerdere ontwikkeling van de z.g. megalitische mens. Die heeft Stonehange gebouwd al zeker 3000 jaar voor Christus en ik zou u willen noemen de Oerdruïden. Deze Oerdruïden hadden een hele sterke verbinding met de natuur. Je zou kunnen zeggen de oosterse mysteriestroom hangt heel sterk samen met de mystieke ontwikkeling, de veda’s: het Brahmanisme, dat is eigenlijk dat je heel sterk verinnerlijkt en dat je daardoor Athman heel diep in de ziel vindt.
            De westerse mysterieschool is het tegenovergestelde. Die gaat juist niet naar binnen toe, maar naar buiten. Het is de mysteriestroom van de extase. Maar zo, dat je in de wereldomgeving in de natuur,
            de geest kan schouwen. En als je de geest schouwt, dan kom je daardoor tot jezelf. Heel interessant dat eigenlijk in de wereldontwikkeling verschillende mogelijkheden voor inwijding gegeven zijn, meer verbonden met de vier klimata van de aarde.
            
            Als we nu eens beginnen in Ierland, in Ierland was het die megalytische mens die de mysterie school had gebouwd, die overeenkomt met het huidige Tara, die eens een koningsstad was in Ierland waar de Toata dar Danan het Godsvolk in Ierland hun heldensagen hebben beleefd. Nou is er in de geschiedenis zo goed als niets bekend van de inwijdingsschool van deze koningsstad, maar Rudolf Steiner schouwde dat er een heel bijzonder soort inwijding plaats vond. En die was als volgt: Je kwam als kandidaat van de inwijding ver voor de Christelijke tijd, in een grote, onderaardse ruimte en daar zag je drie beelden staan.
            
            Het eerste beeld was een mannelijk beeld met de zon boven zich. Het was van elastisch materiaal, de indruk komt weer terug, en voor dat beeld staande kreeg je een imaginatie van een winter landschap. En je hoorde inspiratief in je hart een stem die zei: “Ik ben waarheid, maar wat ik ben heeft geen zijn.”
            
            Dan kwam je voor het tweede beeld te staan dat was een vrouwelijk beeld met de maan boven haar en daar kreeg je de imaginatie van een zomerlandschap en hoorde je in het hart inspiratief de stem:
            “Ik ben fantasie maar wat ik ben heeft geen waarheid.”
            
            Als derde beeld en dat is uitermate boeiend, want dat was n.l. het beeld van een jonkvrouw die later Brith werd genoemd met een kind. Zij droeg een kind. Een anticipatie zou je moeten zeggen van de menswording van de Christus, we gaan daarop door.
            
            Deze beelden staan eigenlijk voor wat je zou kunnen noemen, wetenschap en kunst. Iedere vorm van wetenschap betekent dat je moet extraheren, je los moet maken van de sterke natuurkrachten, dat je in zekere zin een abstract denken moet ontwikkelen om de natuurwetmatigheden te vinden. Er was toen sprake van materialistische wetenschap en dat is eigenlijk het beeld van het winterlandschap. Een vorm van denken die sterk met de zon verbonden is. Je zou moeten zeggen, het is de bol van de wetenschap. De wetenschap die de geest nog niet verloren heeft.
            
            Het vrouwelijk beeld is een beeld van de kunst. De kunst is een levenskracht, een scheppende activiteit. Als je van de kunst kan bestaan, dan merk je: dat is een stromende energie. Dat is een levenskracht. En tegelijkertijd heeft die fantasie geen waarheid zoals wetenschap waarheid bevat. Ik denk dat het uitermate boeiend is, om te denken over deze inwijding, want het derde beeld was dan eigenlijk een anticipatie van de geboorte van het Jezus kind. Je zou moeten zeggen, het lijkt wel of hier vertegenwoordigd wordt, dat het als mens van belang is om kunst en wetenschap te verbinden en dat daardoor de liefde ontstaat. Nou, je zou nog heel goed kunnen doordenken en kunnen zeggen: in onze tijd hebben we een materialistische wetenschap, die de geest verloren heeft, en ik denk dat we pas verder komen met het wetenschappelijke onderzoek, als we dat kunnen verbinden met de kunst.
            Goethe die b.v. als dichter natuurwetenschapper was en onderzoek deed naar de kleuren, maar heel goed kon praktiseren het verschil tussen rood en blauw, juist omdat hij dichter was, . Hij vond het belangrijker dat hij natuur onderzoek had gedaan, dan dat hij de Faust had geschreven. Je zou kunnen zeggen, wat heeft Goethe gedaan? Hij is fenomelogisch te werk gegaan en hij karakteriseert rood en blauw als moreel zintuiglijke entiteiten. Dat heeft eigenlijk alles te maken met licht en duisternis. Want als je nu het blauw ziet overdag, dan komt dat omdat je vanuit een relatief lichte ruimte - omdat de zon weerkaatst - om je heen kijkt naar het duistere firmament. En dan ontstaat blauw. Blauw betekent eigenlijk door de duisternis verstrooid licht. Dat is een heel ander, moreel zintuiglijke kwaliteit dan rood. Rood ontstaat als je b.v. ’s ochtends nog met de nacht om je heen kijkt naar het aankomende licht en dat je dan vanuit duisternis licht waarneemt of beter gezegd, het licht wordt eigenlijk verduisterd, verdonkerd. Dan ontstaat rood, dan ontstaat ook een soort warmtekwaliteit en dat is veel actiever: dat is een soort wilskracht: een lichtere waar duisternis doorheen breekt.
            Als je zo denkt, dan is wetenschappelijk denken verbonden met kunst. Je zou kunnen zeggen: als onze wetenschap kunstzinnig wordt, dan zouden we ook met ons gevoel karakteriseren wat wezenlijk aan iets is. Dan zouden we ook ons gevoel moeten inzetten, zoals een dichter dat doet om het wezenlijke van iets te leren kennen. En als je over de kunst zou willen spreken zou je kunnen zeggen, maar dan moeten ze eigenlijk ook de wetenschap in zich dragen…Want als de kunst geen enkel idee in zich draagt, alleen maar een spel van vormen is, dat is voor de spieltriep heel erg goed, maar je komt dan eigenlijk niet tot wezenlijke kunst. Pas als een idee werkelijk incarneert in een kunstwerk b.v. het laatste oordeel in de Sixtijnse kapel -dat is een ongelooflijke creatieve vormkracht, maar nog steeds de incarnatie van een idee- daarom appelleert het ook zo ongelooflijk sterk. Of b.v. de opstandingmuziek van Bach, dat is toch pure idee die tot vorm gebracht is. Ook voor de ontwikkeling van kunst is het van belang, dat er een verbinding is tussen wetenschap en kunst.
            
            Nu is het zo dat Ierland ons dat nog steeds leert: De verte van het verleden en de verbinding tussen het vrouwelijke en het mannelijke. Je kunt b.v. ook naar Brittannië gaan en naast Stonehange heb je ook Eefburrie en misschien is het u ook bekend dat er heel grote Leylijnen zijn. In Engeland heb je de z.g. Michael leyline, die gaat van de mond van de Thames over in Eefburrie vlakbij Stonehange, dan door Glasterburry heen tot aan Michaels Mounth. Een wichelroedeloper kan het precies nagaan:
            De Michaelslijn, zoals die natuurlijk later is genoemd. En een wichelroedeloper kan ook constateren dat rondom die Michaelslijn een vrouwelijke lijn is die steeds als het ware in bogen die Michaelslijn kruist, dat is eigenlijk een meridiaan zoals je ook in het lichaam hebt, een meridiaan die zich over het landschap uitstrekt. In Eefburrie komen die mannelijke en vrouwelijke meridianen bij elkaar en die Druïden hebben er een sterk bewustzijn van gehad: Óf die hebben daar gebruik gemaakt van de leylijnen, die natuurmensen daar al gelegd hadden óf ze zelf aangelegd óf de al bestaande verlevendigd.
            
            Die Druïden hebben dus iets heel anders gedaan dan diep in de ziel tot zelfonderzoek komen en het astrale lichaam reinigen van begeerte krachten. Ze zijn heel erg uitgegaan van de zintuiglijke waarneming van de omgeving. De Druïnen hebben eigenlijk dit gedaan, dat ze zich richten op de zon. Maar het was niet de fysieke zon, maar het was de ziel van de zon en dat hebben de Keltische Druïden genoemd Luch. En de Druïdische prinsessen lieten dan de kracht van Luch door zich heenstromen door de ruggenwervelkolom (genoemd zonen van de slang) verticaal stroomde dat in en door middel van armgebaren lieten ze dat horizontaal uitstromen over het landschap. De stenen die ze hebben neergezet, die hebben de horizontale doorwerking van het licht van Luch een wielwenteling gegeven waardoor het een bepaalde uitwerking op mens en natuur had. In Dartmore heb je de steencirkel daar voel je heel sterk, dat werkt door in de vitalisering van je geest, daar heb je een steencirkel die nog zeer sterk je zielegevoelens aanspreekt en er zijn steencirkels die werken heel sterk op de gezondheid van je lichaam. De Druïdische prinsessen wisten uit die lichtkracht van Luch zo te differentiëren en te verbijzonderen, dat het een geneeskrachtige werking had op zowel mensen als natuur. Die Druïdische prinses werkten ook zeer nauw samen met de natuurwezens. Je moet werkelijk zeggen dat die Druïden de grote genezers waren van het landschap. Nu moet je zeggen dat als je in Engeland komt, dan is dat toch wel een heel merkwaardig landschap. Heel veel bomen, maar vaak is het ook een soort oerbos maar ook heel sterk gecultiveerd. Engeland, maar ook delen van Frankrijk lijken tot uitdrukking te brengen, de al heel oude samenwerking tussen natuur en cultuur, die door de Druïden zijn begonnen. Als je b.v. in Schotland komt, bij de auther herderdienst daar heb je een prachtige steencirkel Kalamesch en dat is hoogst merkwaardig juist om die steencirkel te noemen, want dit is een kruis. Dat zijn de Druïden die van stenen een kruis hebben gemaakt. Een kruis zoals bekend uit het Christendom. En ieder van die stenen lijkt een bepaalde emotie te vertegenwoordigen. Je hebt het gevoel dat die Druïden ook nog begeleidend werkten, dat we onze emoties leerden kennen. Dat we die emoties ook konden benoemen. En tegelijkertijd waren die emoties verbonden met de kosmos. Die stenen hebben een bepaalde roterende werking. Daar is b.v. ook een bioloog achter gekomen die in de buurt van Stonehange onderzoek deed naar de geluidsfrequentie van vleermuizen en kwam er toen achter dat de stenen van Stonehange een veel sterkere frequentie uitzonden dan alles daar in de buurt. Dat was met de herfst, met de lente was het precies het tegenovergestelde, was het veel minder frequent dan alles in de omgeving. Dat betekent: Stonehange is een soort levensimpuls. Je zou moeten zeggen een harteslag. Het is nog steeds de harteslag van de verbinding met de etherwereld. Nog steeds, en bij alle Druïdische stenen die je in Europa vindt ook de steen Sem bij de Katharen voel je: het heeft een doorwerking in het hele dal. Dat is toch ongelooflijk dat die mensen dat vermogen hadden. Dat je zo sterk met de geestelijke/goddelijke wereld kon samenwerken, dat je daardoor geneeskrachtig kunt inwerken op de natuur. Je krijgt het gevoel dat we dat ontberen, dat we door de materialistische landbouw het gevoel hebben verloren, waar bepaalde natuurwezens werken en die natuurwezens lijden er heel erg aan, want in zekere zin zijn zij onze kinderen, hoewel ze wijzer zijn dan ons in een bepaald opzicht zijn ze toch afhankelijk van ons. In de mate waarin wij hen morele dankbaarheid schenken en het is net als met kinderen als je hen geen aandacht schenkt, ontstaat er iets heel boosaardigs. Het gevaar in onze tijd is, dat de natuurwezens zich tegen de mens dreigen te keren of in de ban van Ahriman komen, zoals Steiner daarover spreekt, omdat wij door het materialisme geen dankbaarheid meer voelen. Als steeds weer ieder jaar, de groenten of vruchten tot bloei worden gebracht. Ik kan zeggen, het komt er toch weer opaan, dat we een verhouding moeten kunnen vinden tot de natuur.
            Of je zou kunnen zeggen, je zou eigenlijk moeten leren een verchristelijkt Druïsme, een vorm dat je een verhouding vindt tot de natuur, waardoor je je aan de ene kant verbindt met de Christus en aan de andere kant, net zoals we met de Druïden hebben gedaan, dat we uitstromen in de natuur en Christus is nu veel dichterbij gekomen, want die is nu in ons hart. Ik denk dat voor de verdere ontwikkeling van onze cultuur het van heel groot belang is dat we de gevoeligheid weer leren die de Druïden vroeger hadden, maar dan verbonden met het eco bewustzijn en de denkkracht die we nu hebben, dat we toch weer die geneeskracht leren ontwikkelen. Je hebt b.v. Marco Bokatchink die met groepen mensen naar plekken gaat waar hij een verstoring van de natuur voelt dan zingt hij met de mensen daar en dan merk je dat daar een verandering door ontstaat op die plek. Ook Stonehange zelf die op 21 juni en
            21 december de gang van de zon door de seizoenen zichtbaar maakt. Het uiterste punt waar de maan kan opkomen en het uiterste punt waar ooit de maan kan ondergaan, de maan is uitermate beweeglijk en pas na 18 2/3 jaar komt de maan op hetzelfde punt ergens bij dat landschap als daarvoor. Dat hebben die Druïden gemeten. Hawkins heeft daar een boek over geschreven: Stonehange decoded. Hij beschrijft dat ritme van 18 2/3 ook op bepaalde stenen en paaltjes rond Stonehange en misschien is het belangrijk om dat getal te noemen, want wij kennen dat getal uit de astrologie. Of de astrosofie. Want op het moment dat je 18 2/3 jaar oud wordt beleef je de z.g. noordelijke maanknoop, dat is dat de zon en de maanbaan zich net zo kruisen in een bepaald Zodiak teken als bij de geboorte en in de geesteswetenschap is het bekend dat het een heel belangrijk moment is, want dan krijg je een soort hogere “ik” inslag. Dat betekent dat je iets hebt afgesproken met de engelwezens in het vorige leven daar kun je je op dat moment van bewust worden!
            Dat zie je ook in de biografie dat er dan verschrikkelijk veel gebeurt, dat het een moment is waar veel verandering optreedt. De herhaling daarvan is 37 jaar. En de zuidelijke maanknoop dat is 9 1/3 jaar.
            De herhaling daarvan op 28 jaar geeft je de mogelijkheid om afscheid te nemen van het karmisch verleden. Ongelooflijk interessant als je biografisch werk doet om juist die maanknopen te kunnen benoemen. Je krijgt het gevoel bij die Druïden dat ze de maanknopen kenden van het lot van het volk waarvoor ze werkten. Die Druïden hadden een ongelooflijke grote wijsheid. Zij gingen b.v. in die kromlegs dat kun je zien in Cornwall, waar zo’n steen ligt op andere stenen daar ging zo’n priester onder op het moment dat de zon fel scheen, dat fysieke zonlicht werd dan tegengehouden door die steen, maar het geestelijke zonlicht ging er doorheen. Je zou kunnen zeggen het fysieke zonlicht heet het susiferisch en met het geestelijke zonlicht zijn de Cherubin, de Serafin en de Tronor mee verbonden. Dat voel je ook, die ambivalentie van het zonlicht. Aan de ene kant stelselmatig materialisme, aan de andere kant de ongelooflijke verkwikkendheid in de geest.
            Die Druïden beleefden dan heel sterk dat geestelijke zonlicht, omdat het fysieke zonlicht wordt tegengehouden door die steen. En dan mediteerden ze op de geestelijke krachten van de plantenwereld, die daardoor kwamen tot imaginaties welke planten een geneeskrachtige werking hadden voor het lichaam. Daarmee hebben ze een ongelooflijke wijsheid opgebouwd, dat weten we helemaal niet meer. We zoeken het ook in de seizoenen. Want als je naar die Orcan eilanden gaat,
            daar heb je die prachtige steencirkel, de Broadcar circle, die bestaat uit 60 stenen. De maansteen cirkel, voor iedere dag een mannelijke en vrouwelijke steen. En op 21 juni vonden daar feesten plaats waarbij de Druïdische priesters heel sterk met het licht van Luch verbonden, dit als het ware door zich heen lieten gaan. En de mensen die in die steencirkel dansten namen dan heel sterk het uiterlijke, geestelijke zonlicht op dat was verbonden met het fysieke zonlicht op 21 juni. Als je dan verder gaat op die Orcan eilanden dan zie je een merkwaardige heuvel; dat is een grafheuvel, die heette de maishole en daar vond precies het tegenovergestelde plaats.
            Als je daar ingaat moet je door een lange gang: daar hebben waarschijnlijk heel lang geen mensen begraven gelegen, dan zie je de stenen die daar van binnenuit zijn opgebouwd en precies op 21 december komt het eerste zonlicht door die gang naar binnen en valt op de stenen daar in de binnenruimte, die daardoor helemaal roze opgloeien. Nou, dat was een mysterie voor die Druiden.
            Aan de ene kant het zonlicht dat van buiten je op 21 juni tegemoet stroomt en aan de andere kant dat zonlicht dat als het ware helemaal verinnerlijkt in de diepte van de aarde kan schijnen en dat je op 21 december kunt bekijken. Nou, dan kun je jezelf de vraag stellen: “ is dit niet een anticipatie op dat wat we in het Christendom kennen?” Dat we het Johannesfeest vieren rond 21 juni ? Dat dit dus de beweging is, dat de geestkracht uit de kosmos komt en dat het een heel ander soort werkzaamheid geeft dan 21 december (of wat later de kerst) waardoor je juist heel sterk het innerlijk licht van de ziel in je kunt opnemen. Maar die Druïden die een enorme wijsheid hebben gekend: je zou kunnen zeggen dat je het Keltisch Christendom niet kunt verstaan als je niet wat we nu proberen te doen, uitvoerig spreekt over het Druïsme. Want het Katholieke Christendom en ook het protstante Christendom hebben heel sterk de wortels in het Joodse denken, het oude testament. Maar het oude testament, als je het zo zou willen noemen, en het Keltisch Christendom is Druïdisme. Daardoor kun je ook heel het Keltisch Christendom verklaren, want het is een hele grote liefde voor de natuur. Wat is er gebeurd met betrekking tot de incarnatie van de Christus? Er is b.v. een aards Druïde geweest. Aan het hof van Koning Konkolbar in Ierland die stelde dat Luch aanstaande is mens te worden. Die schouwde dat.
            Dat betekent dat het wezen dat met de zon verbonden was zich losmaakte van de fysieke zon en steeds dichter de aarde naderde en zocht naar een menselijke incarnatie. Dat is heel interessant. Dat in het Keltisch Christendom mensen zijn geweest, die geschouwd hebben, dat de kosmische Christus de aarde naderde. Dat is kenmerkend voor het Keltisch Christendom en dat kun je ook platonisch Christendom noemen, dat betekende de nadruk op de kosmische Christus. In Europa hebben we veel meer de nadruk op de Jezus mens. We weten ook niet of de Christus mens nu de kosmische was of niet. Dat kun je Aristotelisch Christendom noemen. Het Keltisch Christendom legde heel sterk de nadruk op de kosmische Christus. Dat komt, omdat mensen dat geschouwd hebben. En misschien is daar ook de verklaring in het verhaal van Iona dat ook Iona dat meisje was, Bright die dezelfde benaming heeft als de Keltische heilige geest die dan Dun Eye opgaat, de hoogste berg op Iona, aan de westkust van Schotland en dat zij dus op een gegeven moment in een innige, diepe ruimte komt en een landschap binnenwandelt en dan aanklopt aan een deur en er doen een vrouw en een man open, die net een kind hebben gekregen. Zij wiegt het kind die nacht en geeft een deel van haar mantel en dat blijkt het Jezus kind geweest te zijn. Dat zij imaginatief in haar armen heeft gedragen, dat is eigenlijk een teken daarvan, dat er in Brittanië mensen waren die een helderziend vermogen hadden die hebben geschouwd dat Luch mens geworden is. Toen Christus de aarde naderde dat hij op de zon heeft achtergelaten zijn vergeestelijkte, goddelijke lichaam, maar dat hij niet in de Jezus mens kon incarneren met een volledig vergeestelijkt etherlichaam, dat bij hem macro kosmische proporties had. Hij zou niet kunnen incarneren in een mens als hij dat niet zou achterlaten. Er bestaan verhalen over dat hij dat heeft achtergelaten boven Brittannië. Die mensen uit dat Keltisch Christendom die daar dat hebben geschouwd als een louter van goud doordrongen liefdelicht van het ether kleed van de Christus, die de hele natuur doortrok. Daarom hebben ze hem genoemd Christus de heer van de Elementen. Je kunt zeggen, het Keltisch Christendom is geen verinnerlijkt Christendom. Als je b.v. naar Ierland gaat waar Brandahm vandaan komt aan de westkust.
            Je kunt merken dat Brandahm, in een bootje is gegaan en helemaal op Godsvertrouwen het bootje zijn weg heeft laten gaan , dat is kenmerkend voor het Keltisch Christendom, dat ze een heel sterk Godsvertrouwen wilden hebben. Als ze het leven daarbij lieten was dat Gods wil. Je wandelt verder door tot Mounth Eagle. Dan zie je daar die z.g. Bihyves, dat zijn van die leem of steen gebouwde hutten die precies de vorm hebben van de aura van de mens. We vonden niet dat hij heel sterk bad, maar dat hij in de deuropening zat en dan uitkeek over de hele Atlantische oceaan. Toen ik daar was kwam er vanuit Month Eagle een regenbui aan vanuit de Atlantische Oceaan: het was een groot modern kunstwerk, een ongelooflijk spel van licht en duisternis. Het was een gebeurtenis, waarbij je je adem inhield. En dan beleefde zo’n heremiet daarin de Christus. De Scheppende Christus. Dat betekende dat je in de zintuig openbaring de Christus beleefd. Niet direct in de diepte van de ziel, dat hoort bij de oosterlijke mysteriestroom.
            
            Is het ook bekend dat een Ierse monnik Columba die ook gevochten heeft in de vijfde, zesde eeuw naar Iona reist? Aan de zuidkust aankomt en daar een klooster van hout bouwt. En over deze Columba wordt ook heel veel verteld. Dat hij eerst Joranese inspiraties heeft gehad en vanuit Iona is een Schots, Iers Christendom tot bloei gebracht, die ook heel sterk Europa heeft beïnvloed. Missionarissen van Iona die hebben reizen gemaakt in Nederland, Duitsland tot Zwitserland aan toe (Sint Gallen) en hebben daar het Iers Christendom in Europa gebracht.
            Karel de Grote had ook adviseurs, die verbonden waren met het Ierse Christendom. Kenmerkend voor het Ierse Christendom tot bij Irigena is, dat er een hele sterke liefde is voor de natuur en dat de Scheppende Geest in de natuur tot gedachten wordt gebracht en dat de Christusgeest in verbondenheid met de natuur begrepen mocht worden. Dus geen scheiding tussen natuur heidendom in een soort idealistische sfeer kwam werken, maar juist Christus verbonden met de hele natuur. Als je b.v. ook in Iona bent, heb je het gevoel alsof direct het Hemelse ether licht naar beneden stroomt. Waarschijnlijk is het ook altijd al het Chakra van de aarde geweest, maar vooral ook, omdat het een brandpunt is geweest van het Keltisch christendom, voel je heel sterk daarin de hele atmosfeer en de geestelijke werking daarvan. Ze hebben daar een bepaalde naam aan gegeven: de naam verbonden met het geestelijk wezen dat Columba en de anderen heeft geïnspireerd, wordt nu genoemd. Aan de zuidkant van het eiland heb ik het gevoel dat het daar heel sterk werkt en Steiner zegt daarover: het geestelijk wezen is dezelfde als Johannes, de evangelist. Die vanuit de geestelijk, goddelijke wereld Columba heeft geïnspireerd. Noanna zelf heeft het Keltisch Christendom geïnspireerd. Iona betekent duif of heilige geest. Je hebt ook het gevoel dat je eigenlijk alleen goed kunt lopen als je de bereidheid hebt Katharsich in je ziel te laten werken. Want eigenlijk is dat hemellicht zo sterk dat je dat moet kunnen verdragen. Als je zoekt naar een moment van zelfbezinning, werkelijk dichter bij de goddelijke wereld, de Christus wilt komen, kun je heel goed een aantal weken naar Iona gaan. Daar vlakbij is
            een ander eiland, dat is Taffa, dat bestaat uit basaltblokken. Het lijkt wel weer een soort polariteit te zijn tussen vrouwelijk en mannelijk. In Taffa hebben vroeger Keltische inwijdingen plaats gevonden, die bestonden hieruit, dat je met je bootje in de grot van Staffa ging waar voortdurend de zee naar binnen slaat en vastgebonden in dat bootje omdat het er nogal stormachtig was, dat zo ongelooflijk tekeer ging, dat daardoor de ziel uit trad. En dat je daardoor bewust werd van de wereld van de natuurwezens. Dat zijn natuurlijk voorchristelijke mysteriën. Op Iona zijn de voorchristelijke mysteriën verchristelijkt tot dat wat je het Keltisch Christendom noemt.  

“Ik wil nog even verder over het vergeestelijkte etherlichaam of levensgeest, die de Christus heeft achtergelaten bij zijn menswording boven Brittannie. Als je b.v. zegt: De Christus werkt overal, dan is het misschien toch nog in zekere zin abstract. Wat ik van Rudolf Steiner leerde is dat dat etherlichaam van de Christus of het Christus ik in de Jezusmens er door Christus zelf pas in de negende eeuw zich weer verbindt met het goddelijke levenslichaam, dat hij had achtergelaten boven Brittanie. Dat het nog eeuwen duurt voordat Christus ik zich daarmee kan verbinden. En naar mijn idee is het vanaf dat moment, dat de Christus van zijn Goddelijke levensgeest als een mantel van de liefde, rondom de hele aarde spreidt. Maar het heeft toch eeuwen geduurd, voordat het volledig werkzaam, was. De Christus werkt ook in de diepte van de aarde door Stille zaterdag, maar ook in de periferie van de aarde. Je zou kunnen zeggen, en nu in onze tijd kun je eigenlijk overal in de ether het liefdeslicht van de Christus waarnemen. En voelen. Ik zou me daarom willen aansluiten bij de vraag die is gesteld : wat kan het Keltisch Christendom bijdragen aan de huidige tijd. Ik denk dat het kenmerkend is voor het Keltisch Christendom dat ze de mogelijkheid hebben voorbereid, dat wij overal in de ether wereld de Christus kunnen bereiken. Daardoor de liefde kunnen voelen tot ieder wezen om ons heen. We zullen (hoe doe je dat, hoe kun je nou naar je werk gaan en de drukte van het werk en tegelijkertijd de Christus ervaren.) Hoe doe je dat? De Christus werkt overal, maar het is de vraag, hoe kun je je bewust verbinden met de in de ether wereld werkenden Christus.En dat noem ik zelf, ongedeelde aandacht. Ongedeelde aandacht betekent dat je volledig hoort, volledig ziet, je lichaam volledig voelt en dat je tegelijkertijd je ik volledig waarneemt, zodat je zelf kunt bepalen of je wel of niet denkt en als je wilt denken hoe en wat je denkt. Vrijheid in het denken. Ongedeelde aandacht is volledig gewaarzijn en ik geloof dat dat de houding is waarmee je in onze tijd, waar je ook bent, ook al is het in de drukte van de stad, de etherische Christus kunt bereiken. Want om die etherische Christus te beleven is het nodig dat je een volledige openheid hebt, volledig onzelfzuchtig bent en volledig kunt uitgaan naar je hele omgeving. En de ongedeelde aandacht heeft de kwaliteit waarbij je jezelf kunt waarnemen uit welke motieven je handelt, bij jezelf, je neemt het ik waar. En als je het ik waarneemt, als het ik zichzelf waarneemt zonder denken, dan ontstaat het beleven van “Ik ben” en van daaruit kun je de hele omgeving ervaren. Ik kan volledig denken, spreken, handelingen verrichten, terwijl je dat tegelijkertijd doet vanuit ongedeelde aandacht. In die ongedeelde aandacht kun je dan merken, dat de liefdekracht van de Christus werkzaam kan worden in momenten van de ongedeelde aandacht. Dan voel je dat die bewuste leegte wordt vervuld. Ik dacht misschien als afsluiting van de avond als u het goed zou vinden, die oefening van de ongedeelde aandacht te doen. Om te kijken wat het voor houding is, de houding van Parcival.
                                    Wat vindt u daarvan?
                                    In de academie doen we de oefening heel veel, ik bouw het zo op dat je de hele gehoorsruimte hoort alleen benoem je de geluiden niet met je denken. Dan vraag ik of je de hele ziensruimte kunt zien, maar dat je niet object gericht waarneemt - als je denkt in dat glas zit te weinig water dan is dat een denkoordeel verbonden met de waarneming - maar dat je zo waarneemt zonder denken, en dan zie je eigenlijk de hele ziensruimte. Je ziet het heel goed scherp in het midden, maar je ziet de hele ziensruimte. De eenheid van het zien. Dan het volledig waarnemen van het lichaam. Dat doe je door het lichaam te voelen. Dus als je pijn ergens hebt of op een bepaalde manier zit zonder oordeel van het denken, de gewaarwordingen van het lichaam zuiver te voelen. Of b.v. een bepaalde zielestem. Misschien een doorwerking van een bepaalde emotie, maar dan zonder gedachten, alleen het voelen te voelen. Dat heeft een incarnerende werking. En dan - als laatste- dat je merkt hoe je je denken tot rust kunt brengen dat niet gedacht wordt. Maar zelf bepaalt wanneer je denkt, en wat je denkt. Dat kun je doen door onmiddellijk het ik waar te nemen. Je ik waarmee je denkt: ik bedoel niet het zelfbeeld maar je kunt zelf bepalen wat je denkt en neem je ik waar, zodat je onmiddellijk kunt zien dat je tot denken komt, dan spreekt je taal zinnen uit, innerlijk. En het enige wat je dan doet is dat je niet ziet dat je denkt, je hoeft alleen maar iets niet te doen. Als je ziet dat je denkt, niet verder denken, dat is het enige. Iets niet te doen. Dan bouw ik het zo op. Dan zou je je innerlijk kunnen uitspreken, niet ik maar Christus in de hele omgeving. Dit duurt ongeveer 10 tot 12 minuten.
                                    Men gaat akkoord, iedereen blijft.
                                    
                                    Beginnen we met de gehoorsruimte: het is de vraag of je de hele akoestische ruimte kunt horen. De geluiden in het nabije en het verre, zonder het met het denken te benoemen. Je ik is het middelpunt van die ruimte en die akoestische ruimte zelf heeft geen grens. Je hoort of het een concert is. Dan merk je dat je eigenlijk stilte ook hoort middenin de geluiden, alles is met elkaar verbonden. De eenheid van de gehoorsruimte. En terwijl je in die gehoorsruimte blijft; je gaat er niet uit…verbindt je je.
                                    Met je ogen in de verte zie je iets scherp, het kan ook een beetje verglijden van het ene naar het andere punt. Zie je in de verte en dan probeer je ook de ruimte waar te nemen tussen jou en dat punt. In het midden scherp, in de periferie minder scherp.
                                    
                                    Dat is heel apart. Als je zo in de stad loopt neem je alle mensen waar in het waarnemingsgeheel en dan ontstaat er iets wat je zou kunnen noemen: mededogen van het zien. Het enkele wordt opgenomen in het geheel. En terwijl je in de ziensruimte blijft, je kunt het normaal gesproken ook horen, dat gaat vanzelf, voeg je nog daaraan toe, het volledig voelen van het lichaam. De wijze waarop je zit, hoe je voeten de bodem raken, de warmte van het lichaam, volledig aanwezig zijn in het lichaam. Voelend
                                    En dan als vanzelf word je je ook bewust van je ademhaling. We hebben zo aandacht opgebouwd in het horen, het uiterlijke zien, voelen we met diezelfde aandacht, nemen we nu ook innerlijk het denken waar. Je wacht af het moment dat het ik tot denken komt. Als een wachter. Dat je onmiddellijk kunt zien dat je denkt. Het enige wat je doet, is dat je iets verder denkt. Je neemt het even waar, maar het is geen vorm of kleur. Je bent het zelf. Je kijkt in je eigen substantie. Wees een substantie. Het is een heel bijzonder moment. Dat het ik zichzelf gade slaat. Dan rust voor het eerst het ik bij zichzelf. En wat je kunt noemen ik ben. Dat is het middelpunt van de ongekende aandacht. Het ik ben dat is helemaal bij zichzelf. Het moeilijke denken en vandaar ben je helemaal in de periferie, je hoort, je ziet en je voelt. Er is geen scheiding tussen binnen en buiten. Ongedeelde aandacht. Dan de vraag of je een moment voor jezelf kunt vinden dat je goed verwoord dat je innerlijk zou kunnen uitspreken. Niet ik dat is het zelfbeeld, maar Christus in de omgeving. Goed, einde van deze oefening in de ongedeelde aandacht of tegenwoordigheid van geest. Dat kun je misschien kort nabespreken. Wat voor kwaliteiten bemerkt u als je probeert in die ongedeelde aandacht te komen. Wat zijn dat voor bewustzijns-kwaliteiten. Rust, zuiverheid. Nu het denken even niet meewerkt kun je ook een oordeelsloze ontmoeting hebben. Niet in het oordelen van het denken. Geluk. Apart hé.
                                    Verruiming: de ruimte wordt anders. Andere ruimte berekend. Dit kun je oefenen, je kunt wandelen met ongedeelde aandacht. Dan krijg je de schoonheid van de natuur te zien. Of de buizerds die je ziet vliegen. Hoe de zon over de wei schijnt waar de vorst nog werkt. Dan kun je de schoonheid van de natuur helemaal beleven zoals ze is. En dan terug naar huis. En kijk eens of je met ongedeelde aandacht kunt spreken. Met de mensen die in je nabijheid zijn. Of misschien met ongedeelde aandacht werken. Dat is heel goed mogelijk, omdat de ongedeelde aandacht geen meditatie inhoud kent. Maar het leven zelf. De mogelijkheid om de verbondenheid met alles om je heen te voelen Christus in de wereldether. Ik sluit af met een gedeelte uit de grondsteenspreuk van Rudolf Steiner die gaat over de Christus. Het vierde gedeelte daarvan.
                                    In de tijd der ruimte trad uit de wereld der geesteslicht de aardse wezensstroom. Nachtdonker heerste niet langer, daghelder licht straalde in de mensenzielen, leegte dat verwarmt de arme herders harten, licht dat verlicht de wijze koningshoofden. Goddelijk licht, Christuszoen. Verwarm onze harten, verlicht onze hoofden, dat goed moge worden, wat wij uit harte gronden. Wat wij uit hoofde doelvervuld leiden willen.”